Dat geruzie, houd het nooit eens op?!

Dat geruzie, houd het nooit eens op?!

7 gouden tips bij ruzie tussen broers en zusjes

‘Dat is van mij, blijf af’, ‘Jij maakt altijd alles stuk.’ ‘Jij pakt altijd het meeste…’ ‘Jij bent echt zoooooo stom, ga uit mijn kamer!’ Hebben jouw kinderen ook voortdurend strijd? Hoe frustrerend en vermoeiend dat kan zijn, kunnen de meeste ouders beamen. En de sfeer in je gezin wordt er ook al niet gezelliger op.

Ruzies tussen broertjes en zusjes komen in elk gezin voor. Wil je graag dat zowel je kinderen als jijzelf beter met deze situatie om leren gaan?
Lees dan dit blog met handige tips om ruzies tussen broertjes en zusjes te voorkomen of op te lossen.

Bloedband
De band tussen broers en zussen is bijzonder. Je kiest je broertje of zusje niet, maar je brengt wel heel veel tijd samen door. Veel broers en/of zussen kunnen soms niet mét, maar ook niet zonder elkaar. Het is heel fijn dat er thuis altijd een speelmaatje voor je kinderen is, maar het is wel vermoeiend wanneer je vaak moet ingrijpen omdat het steeds mis gaat tussen hen.

Waarom is er zo vaak ruzie?
Kinderen zijn in zekere zin elkaars concurrenten die strijden om de liefde en aandacht van hun ouders. Het is voor kinderen erg moeilijk om hun ouders te delen. Zo zijn ze er vaak heel gevoelig voor als hun broer of zus (naar hun idee) meer krijgt, meer mag of iets beter kan. Het onderwerp van ruzie is meestal alledaags, maar vaak ligt daar een diepgeworteld gevoel van concurrentie of jaloezie onder.

Leerschool voor later
Je kunt het leren omgaan met elkaar zien als een goede leerschool voor later. Kinderen leren namelijk enorm veel op het gebied van sociale vaardigheden door ruzie te maken. Ze kunnen in een vertrouwde omgeving oefenen met bijvoorbeeld het oplossen en uitpraten van conflicten of het onderhandelen en opkomen voor jezelf. Ze leren ook gevoelens onder woorden te brengen en rekening te houden met de ander. Als jij je realiseert dat ruzie ook leerzaam kan zijn, heb je er zelf misschien minder last van. Maar het is natuurlijk niet fijn als het geruzie dagelijks een negatieve invloed heeft op de sfeer in huis.

Hoe ga je er het beste mee om? 7 tips

1. Wat is de aanleiding?
Ga bij terugkerende ruzies na wat de oorzaak kan zijn. Is er sprake van vaste patronen? Is er sprake van jaloezie, een machtsstrijd of juist verveling? Je kunt hier dan, op een rustig moment, het gesprek over aangaan met je kinderen.

2. Stop met politieagentje spelen!
Het is verleidelijk om de ruziënde kinderen uit elkaar te zetten of verbieden ruzie te maken. Doe dit echter niet te vaak. Kinderen leren zo niet hoe ze goed met ruzie om kunnen gaan. Stop dus met politieagentje te spelen en laat kinderen het zoveel mogelijk zélf oplossen, het is immers hun ruzie. Hier leren je kinderen ook meer van dan bijvoorbeeld gedwongen (en ongemeende) excuses te moeten aanbieden.

3. Help je kinderen bij het oplossen van ruzie.
Je helpt je kinderen bij het oplossen van ruzie door hun gevoelens te benoemen en te constateren wat het probleem is. (‘Jullie zijn beide boos want jullie willen allebei met de nieuwe Barbie spelen/op het liftknopje drukken’). Vraag ze vervolgens om hier samen een oplossing voor te zoeken (‘Hoe kunnen jullie dit nou oplossen?’). Geef ze het vertrouwen dat ze vast tot een goede oplossing kunnen komen. Jonge kinderen moet je hier wel vaak nog bij helpen. Door kinderen verantwoordelijkheid te geven, zullen ze deze ook eerder nemen. En zoals met alles geldt: hoe vaker kinderen dit oefenen, des te vaardiger ze hierin worden. Grijp uiteraard wel in als de ruzie uit de hand loopt en de kinderen elkaar pijn gaan doen.

4. Kies geen partij
Toon begrip voor de gevoelens van beide kinderen en kies niet altijd partij voor één kind (de jongste is altijd de aanstichter want die gaat schoppen en slaan, of de oudste is altijd de schuldige want die had beter moet weten en het goede voorbeeld moeten geven). Doordat je benoemt wat je ziet gebeuren, leren kinderen dat hun broer of zus op een andere manier naar de situatie kijkt.

5. Vergelijken is niet fair
Vergelijk je kinderen in het dagelijks leven niet met elkaar (‘Neem eens een voorbeeld aan je zusje, die eet haar bord wel gewoon leeg’). Dat versterkt juist de onderlinge concurrentiestrijd. Het is ook niet bevorderlijk om je kinderen te ‘labelen’ (‘Hij is de sportieve en zij is de slimme’) of tegen elkaar uit te spelen (‘Wie als eerst zijn pyjama aan heeft, die mag…’). Wat wél goed kan werken is kinderen te stimuleren om samen te werken en hen hiervoor complimenten te geven. (‘Wauw, jullie hebben samen die zware boodschappentas in de keuken gezet, wat een teamwork!)

6. Quality-time
Het helpt ook om regelmatig de tijd te nemen voor ieder kind afzonderlijk om jullie band te versterken. Doe samen iets leuks zonder broer of zus erbij. Kinderen willen zich graag uniek voelen. Sommige ouders hebben een kind waarmee de omgang en communicatie wat minder vanzelfsprekend gaat. Besteed dan juist ook veel tijd met hem of haar. Dat zorgt voor een hechtere band.

7. Geef het goede voorbeeld
Last but not least: Geef zelf ook het goede voorbeeld! Kinderen imiteren vaak hun ouders. Dus als je zelf ruzie hebt, los het dan ook goed op.

De ruzies zullen heus niet zomaar verdwijnen (en dat hoeft ook niet), maar je kinderen leren er op termijn wel beter mee omgaan.

Saila Smit
Inhoudelijk Manager Pedagogiek en VVE

Verder lezen?